Vier bijzondere gebieden voor een huttentocht

Een huttentocht is de beste manier om de bergen te ervaren. Dagenlang wandel je over de hellingen, tussen de toppen en slaap je tussen mede-bergwandelaars in berghutten. En daardoor ervaar je de bergen in al hun facetten, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. In deze vier berggebieden kun je de bergen van hun meest bijzondere kant zien.  Huttentochten zijn dus een mooie manier om de bergen te verkennen. Wandelend kom je op plekken waar je met de fiets moeilijk komt, laat staan met een auto. Te voet heb je bovendien de rust om ook écht om je heen te kijken en van die prachtige omgeving te genieten. En dat voel je. Want een paar dagen lang hoef je je alleen maar druk te maken over je wandeling.

Geen mails en appjes die binnenkomen, geen pushberichten van het nieuws; alleen maar jij, je wandel-maatje(s) en de omgeving. Daarmee is een huttentocht een ideale manier om alle beslommeringen van thuis een paar dagen achter je te laten. In deze vier berg-
gebieden kun je alle kanten op.

 

Valle d’Aosta in Italië

Valle d’Aosta in het noorden van Italië, tegen de Franse grens, is een waar wandelparadijs, zeker als je een huttentocht wil maken. In de regio liggen namelijk veel goed gemarkeerde wandelpaden én veel berghutten.
Je kan dus alle kanten op, of je nou veel ervaring hebt of niet. Door Valle d’Aosta loopt bovendien ook een aantal grote bekende tochten, zoals de Alta Vias, hoogtewandelingen waarmee je hoog door de bergen langs prachtige plekken loopt. Maar er zijn ook veel meer kleinere tochten langs de wijngaarden lager op de hellingen. Het mooiste? Tijdens veel van die tochten heb je uitzicht op enorme Alpenreuzen zoals de Mont Blanc en de
Matterhorn. Het Nationale Park Gran Paradiso is vernoemd naar een van die bergreuzen – de 4.061 meter hoge Gran Paradiso. Maar de naam had net zo goed op het park zelf kunnen slaan. Want in de ruige natuur is het zo rustig dat het zomaar kan gebeuren dat je na een dag wandelen meer gemzen en steenbokken dan mensen tegengekomen bent.

 

De Schotse Hooglanden

Als je van ruige gebieden houdt, maar niet per se een gletsjer hoeft te bewandelen, zijn de Schotse Hooglanden een aanrader. Maar, hier zijn sommige dingen wel een beetje anders dan in de Alpen. De lage, maar ruige(!), toppen in het gebied worden vaak aangeduid als ‘Munro’, en een berghut is hier een bothy. Die lijken niet op de grote onderkomens in de Alpen, maar meer op de kleine schuilhutten die je in Scandinavië tegen kan komen. De meeste zijn altijd open – er zit geen slot op de deur – maar ze zijn wel onbemand. Je hebt dus je eigen slaapspullen en eten nodig. En het kan druk zijn, want reserveren is vaak niet mogelijk. Maar juist dát is volgens velen de charme van de bothies: weinig luxe, wel veel gezelligheid en bijzondere ontmoetingen. Een tocht langs verschillende bothies kan wel een uitdaging zijn. Want de meeste staan op afgelegen plekken en zijn niet altijd goed op de kaart aangegeven.

 

Julische Alpen in Slovenië

Bij veel mensen staat Slovenië nog niet echt op de kaart als Alpenland, maar dat is eigenlijk onterecht. Slovenië is wel degelijk een echt Alpenland en dat zie je in de Julische Alpen. Hier vind je niet alleen de Triglav, de hoogste berg van het land (die ook in de Sloveense vlag staat), maar ook grote meren en de ruige natuur van het Nationaal Park Triglav. In het park vind je genoeg berghutten om een eigen huttentocht uit te stippelen, maar als je de hoogtepunten van de Julische Alpen allemaal wil meemaken, is de Juliana Trail een absolute aanrader. Neem er echter wel de tijd voor, want het hele rondje door het Nationaal Park Triglav is 270 kilometer lang.

 

Virgental Oostenrijk

Het Virgental is een bijzonder stukje Oostenrijk. Hier is het nog écht rustig. Het toerisme is hier gericht op rust en duurzaamheid. Daarom vind je hier geen massale liften en grote hotels, maar wel veel faciliteiten voor bergwandelaars. Want bijvoorbeeld het dorp Prägraten heeft het keurmerk van een echt Bergsteigerdorf. Verspreid in het gebied vind je kleinschalige berghutten en vooral heel veel ruimte voor mooie wandeltochten. Hoogtepunt in het dal is de Umbalwaterval in de rivier de Insel. Die rivier is een van de laatste gletsjerrivieren in de Alpen die nog niet door dammen en waterkrachtcentrales ‘getemd’ is en daarmee is deze waterval nog helemaal ‘echt’. Al is eigenlijk het hele dal, aan de randen van natuurpark Hohe Tauern een natuurparel.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *